Zinnen duits h3 V4 1

 0    36 tarjetas    sterregriffioen
descargar mp3 imprimir jugar test de práctica
 
término
definición

Mijn vader is in Nederland geboren
empezar lección
Mein Vater ist in den Niederlanden geboren

Ik heb de Nederlandse Nationaliteit
empezar lección
Ich habe die niederländische Staatsangehörigkeit

In een grote stad voel ik mij niet op mijn gemak
empezar lección
In einer Grobstadt fühle ich mich nicht wohl

Ik zou niet in een klein dorp willen wonen
empezar lección
Ich möchte nicht in einem kleine Dorf wohnen

Het liefst zou ik een huis aan de rand van de stad hebben
empezar lección
Am liebsten hatte ich ein Haus am Stadtrand

Is het station hier in de buurt?
empezar lección
Ist der Bahnhof in der Nähe?

Dat ligt tegenover het winkelcentrum
empezar lección
Der liegt gegenüber dem Einkaufszentrum

Zij wonen in het centrum
empezar lección
Sie wohnen in der Stadtmitte

Mijn vriendin woont op het platteland
empezar lección
Meine Freundin wohnt auf dem Land

Bevindt jullie woning zich op de begane grond?
empezar lección
Befindet sich eure Wohnung im Erdgeschoss?

Het zwembad is daarginds
empezar lección
Das Schwimmbad ist dort drüben

Het stadhuis ligt tussen de dom en het parlementsgebouw
empezar lección
Das Rathaus liegt zwischen dem Dom und dem Parlamentsgebäude

De halte is tegenover de opera
empezar lección
Die Haltestelle ist gegenüber der Oper

Hoe kom ik in de binnenstad?
empezar lección
Wie komme ich in die Innenstadt?

Gaat u hier links en dan rechtdoor
empezar lección
Gehen Sie hier links und dann geradeaus

De volksbank is in het voetgangersgebied
empezar lección
Die Volksbank ist in der Füßgängerzone

Het is maar een paar stappen van hier
empezar lección
Es ist nur ein paar Schritte von hier

De dierentuin is hier 500 meter vandaan
empezar lección
Der Zoo ist 500 Meter von hier entfernt

Heeft u een plattegrond van de stad?
empezar lección
Haben Sie einen Stadtplan?

Waar is de ingang van het zwembad?
empezar lección
Wo ist der Eingang zum Schwimmbad?

Steekt u het marktplein over en gaat u dan naar links
empezar lección
Überqueren Sie den Marktplatz und gehen Sie dann links

Het kasteel ligt tegenover de dom
empezar lección
Das Schloss lieft gegenüber dem Dom

Pardon, hoe kom ik bij het postkantoor?
empezar lección
Entschuldigung, wie komme ich zum Postamt?

Neem u mij niet kwalijk. Ik wil graag naar het stadsmuseum.
empezar lección
Entschuldigen Sie bitte. Ich möchte gerne zum Stadtmuseum.

Weet u waar ik de VVV vind?
empezar lección
Wissen Sie, wo ich das Fremdenverkehrsamt finde?

Naar de supermarkt en de tram is het vijf minuten lopen
empezar lección
Zum Supermarkt und zur Straßenbahn sind es fünf Minuten zu Fuß

In het Duits heet de 'zee' Meer
empezar lección
Auf Deutsch heißt zee 'Meer'

Links op de foto zie je een boot
empezar lección
Links im Bild sieht man ein Boot

In het midden van de foto staan twee personen
empezar lección
In der Mitte des Bildes stehen zwei Personen

Op de voorgrond zie je een bureau
empezar lección
Im Vordergrund sieht man einen Schreibtisch

Kun je dat beschrijven?
empezar lección
Kannst du das beschreiben?

Wat is er op de foto allemaal te zien?
empezar lección
Was ist auf dem Bild alles zu sehen?

Wat weet je daarover?
empezar lección
Was weißt du darüber?

Kun je daar iets over zeggen?
empezar lección
Kannst du dazu etwas sagen?

Dat verrast me zeer
empezar lección
Das überrascht mich sehr

Dat zou ik niet verwacht hebben
empezar lección
Das hätte ich nicht erwartet


Debes iniciar sesión para poder comentar.