Zdania AAN HET + INFINITIEV

 0    12 tarjetas    Mikolaj Zaidlewicz
descargar mp3 imprimir jugar test de práctica
 
término definición
jem (teraz)
empezar lección
ik ben aan het eten
Pracujesz (teraz)
empezar lección
Jij bent aan het werken
On gotuje (teraz)
empezar lección
Hij is aan het koken.
Ona czyta
empezar lección
Zij is aan het lezen
Czekamy
empezar lección
Wij zijn aan het wachten
Wy sprzątacie (teraz)
empezar lección
Jullie zijn aan het schoonmaken
Oni mówią
empezar lección
Zij zijn aan het spraken
Czy jesz?
empezar lección
Ben jij aan het eten?
Czy on pracuje?
empezar lección
Is hij aan het werken?
Czekacie?
empezar lección
Zijn jullie aan het wachten?
Nie pracuję
empezar lección
Ik ben niet aan het werken
Ona nie śpi
empezar lección
Zij is niet aan het slapen

Debes iniciar sesión para poder comentar.