Vaste voorzetsels

 0    157 tarjetas    bartoszkowalewski90
descargar mp3 imprimir jugar test de práctica
 
término definición
Ik wacht ___ je reactie.
empezar lección
wachten op
Hij klaagt ___ zijn werk.
empezar lección
klagen over
Ze is trots ___ haar dochter.
empezar lección
trots zijn op
Ik heb moeite ___ dit uit te leggen.
empezar lección
moeite hebben met
We zijn afhankelijk ___ het weer.
empezar lección
afhankelijk zijn van
Hij twijfelt ___ zijn beslissing.
empezar lección
twijfelen aan
Ze is tevreden ___ het resultaat.
empezar lección
tevreden zijn met
Ik geloof niet ___ toeval.
empezar lección
geloven in
Hij rekent ___ jouw hulp.
empezar lección
rekenen op
Ze is geïnteresseerd ___ kunst.
empezar lección
geinteresseerd zijn in
Ik ben bang ___ fouten te maken.
empezar lección
bang zijn voor
We bereiden ons ___ het examen.
empezar lección
zich voorbereiden op
Hij is verantwoordelijk ___ het project.
empezar lección
verantwoordelijk zijn voor
Ik ben het niet eens ___ hem.
empezar lección
het eens zijn met
Ze wacht ___ de bus.
empezar lección
wachten op
Hij heeft last ___ stress.
empezar lección
last hebben van
Ik denk vaak ___ mijn toekomst.
empezar lección
denken over
We praten ___ het probleem.
empezar lección
praten over
Hij houdt rekening ___ anderen.
empezar lección
rekening houden met
Ze schaamt zich ___ haar gedrag.
empezar lección
zich schamen voor
Ik ben gewend ___ vroeg opstaan.
empezar lección
gewend zijn aan
Hij maakt zich zorgen ___ zijn baan.
empezar lección
zich zorgen maken over
We zijn blij ___ het resultaat.
empezar lección
blij zijn met
Ik heb vertrouwen ___ hem.
empezar lección
vertrouwen hebben in
Hij reageerde boos ___ het nieuws.
empezar lección
reageren op
Ze heeft bezwaar ___ die beslissing.
empezar lección
bezwaar hebben tegen
Ik ben bekend ___ dat systeem.
empezar lección
bekend zijn met
Hij is goed ___ wiskunde.
empezar lección
goed zijn in
We zijn trots ___ ons team.
empezar lección
trots zijn op
Hij heeft ervaring ___ dit werk.
empezar lección
ervaring hebben met
Ik ben klaar ___ dit gesprek.
empezar lección
klaar zijn met
Ze gelooft sterk ___ zichzelf.
empezar lección
geloven in
Hij is boos ___ zijn collega.
empezar lección
boos zijn op
Hij dringt ___ een snelle oplossing.
empezar lección
aandringen op
We hebben te maken ___ een lastig probleem.
empezar lección
te maken hebben met
Ze baseert haar mening ___ feiten.
empezar lección
baseren op
Ik heb geen invloed ___ die beslissing.
empezar lección
invloed hebben op
Hij beschuldigt hem ___ fraude.
empezar lección
beschuldigen van
We zijn niet zeker ___ de uitkomst.
empezar lección
zeker zijn van
Ze twijfelt sterk ___ haar keuze.
empezar lección
twijfelen aan
Ik ben me bewust ___ de risico’s.
empezar lección
zich bewust zijn van
Hij heeft zich verdiept ___ het onderwerp.
empezar lección
zich verdiepen in
We houden ons ___ de regels.
empezar lección
zich houden aan
Ze heeft geen begrip ___ zijn situatie.
Mam zrozumienie dla twojej sytuacji
empezar lección
begrip hebben voor
Ik ben teleurgesteld ___ het resultaat.
empezar lección
teleurgesteld zijn in
Hij heeft zich gespecialiseerd ___ IT.
empezar lección
zich specialiseren in
We streven ___ verbetering.
empezar lección
streven naar
Ze rekent ___ een positieve reactie.
empezar lección
rekenen op
Ik maak bezwaar ___ die maatregel.
empezar lección
bezwaar maken tegen
Hij is niet vatbaar ___ kritiek.
być podatnym na
empezar lección
vatbaar zijn voor
We beschikken ___ voldoende middelen.
dysponować czymś / mieć do dyspozycji
empezar lección
beschikken over
Ze beroept zich ___ haar ervaring.
powoływać się na coś
empezar lección
zich beroepen op
Ik zie af ___ dat plan.
empezar lección
afzien van
Hij is geneigd ___ snel te oordelen.
empezar lección
geneigd zijn tot
We hebben behoefte ___ duidelijkheid.
empezar lección
behoefte hebben aan
Ze is overtuigd ___ haar gelijk.
empezar lección
overtuigd zijn van
Ik heb moeite ___ veranderingen.
empezar lección
moeite hebben met
Hij verzet zich ___ die beslissing.
sprzeciwiać się czemuś / stawiać opór / protestować przeciwko
empezar lección
zich verzetten tegen
Hij moet zich voortaan ___ de regels houden.
od tej pory musi przestrzegać zasad
empezar lección
aan
We hebben afgesproken ons voortaan ___ het plan te houden.
umówiliśmy się, że od teraz będziemy trzymać się planu
empezar lección
aan
Zij beloofde zich voortaan ___ de afspraken te houden.
obiecała, że od tej pory będzie dotrzymywać ustaleń
empezar lección
aan
Hij kwam ___ het idee om eerder te vertrekken.
wpadł na pomysł, żeby wyjść wcześniej
empezar lección
op
Hoe ben je ___ dat idee gekomen?
jak wpadłeś na ten pomysł?
empezar lección
op
Ze is pas later ___ het idee gekomen.
dopiero później wpadła na ten pomysł
empezar lección
op
Zijn mening ___ links.
skłania się ku (poglądy)
empezar lección
neigt naar
Het gesprek ___ een conflict.
zmierza ku czemuś (tendencja)
empezar lección
neigt naar
Ik ___ ernaar om dat voorstel te accepteren.
mieć skłonność do czegoś
empezar lección
neig
Succes is ___ hard werken.
coś zawsze idzie w parze z czymś
empezar lección
onlosmakelijk verbonden met
Vrijheid is ___ verantwoordelijkheid.
nierozerwalnie związane z
empezar lección
onlosmakelijk verbonden met
De docent legde de ___ grammatica.
położyć nacisk na
empezar lección
nadruk op
In dit rapport wordt de ___ duurzaamheid ___.
podkreślać coś
empezar lección
nadruk op gelegd
Zij legt veel ___ samenwerking.
kłaść duży nacisk
empezar lección
nadruk op
Hij geeft eigenlijk niet ___ wat anderen denken.
nie przejmuje się
empezar lección
geven om
Ze geeft wel ___ haar familie.
zależy jej na kimś
empezar lección
geeft om
De docent legde de ___ grammatica.
położyć nacisk na
empezar lección
nadruk op
In dit rapport wordt de ___ duurzaamheid gelegd.
podkreślać coś
empezar lección
nadruk op
Zij legt veel ___ ___ samenwerking.
kłaść duży nacisk
empezar lección
nadruk op
Hij geeft eigenlijk niet ___ wat anderen denken.
nie przejmuje się
empezar lección
om
Ze geeft wel ___ haar familie.
zależy jej na kimś
empezar lección
om
De arts ___ het hem ___ roken.
empezar lección
raadde van
odradzić coś
Ik zou je ___ om dat te doen.
empezar lección
afraden
odradzać jakiś pomysł
Ze hebben mij sterk ___ die investering.
stanowczo odradzić
empezar lección
afgeraden
Mensen ___ zich ___ huis tijdens de lockdown.
zamykać się w domu
empezar lección
sloten in
Hij ___ zich dagenlang ___ zijn kamer.
zamykać się w pokoju
empezar lección
sloot in
Het is ongezond om je zo ___ ___ huis.
izolować się w domu
empezar lección
sluiten in
Zij ___ zich ___ voor het milieu.
in
empezar lección
zetten
angażować się na rzecz
Veel vrijwilligers ___ zich ___ kwetsbare mensen.
poświęcać się komuś
empezar lección
zetten in
De organisatie ___ zich actief ___ onderwijs.
aktywnie działać na rzecz
empezar lección
zet in
Duizenden mensen ___ ___ ___ om te protesteren.
wyjść na ulice
empezar lección
gaan de straat op
zawsze „op”, kontekst protestów
Steeds meer burgers ___ ___ ___.
manifestować
empezar lección
gaan de straat op
częste w newsach
Jongeren ___ ___ ___ voor hun rechten.
wyszli na ulice
empezar lección
gingen de straat op
czas przeszły, media
Iemand nam een video ___ het incident.
zrobić nagranie
empezar lección
video op
zawsze „opnemen van”, nie „over”
Ze heeft een ___ ___ de arrestatie.
zarejestrować wideo
empezar lección
video opgenomen
częste w newsach/policji
Hij probeerde stiekem een ___ ___ haar te nemen.
potajemnie nagrać
empezar lección
video op te nemen
van = obiekt nagrania
In de ___ ___ de verkiezingen liep de spanning op.
okres poprzedzający
empezar lección
aanloop naar
zawsze „naar”, kontekst czasowy
De media besteden veel aandacht aan de ___ het WK.
przed czymś ważnym
empezar lección
aanloop naar
analizy/news
In de ___ het proces gebeurden er fouten.
faza przygotowawcza
empezar lección
aanloop naar
formalny rejestr
Wat heeft hem ___ ___ dit gedrag?
co go skłoniło
empezar lección
aangezet tot
zawsze „aanzetten tot”
Die film heeft mij aangezet ___ nadenken.
zainspirować do
empezar lección
aangezet tot
często o myśleniu/działaniu
De uitspraak kan mensen ___ ___ geweld.
podżegać do
empezar lección
aanzetten tot
częste w prawie/mediach
Ik stond versteld ___ zijn reactie.
być zdumionym
empezar lección
versteld van
zawsze „van”, emocjonalna reakcja
We stonden ___ ___ de snelheid.
zaskoczeni
empezar lección
versteld van
częste w mowie/newsach
Zij stond ___ ___ wat er gebeurde.
osłupieć
empezar lección
versteld van
często w czasie przeszłym
Ik reken volledig ___ jou.
liczyć na
empezar lección
op
zawsze „op”, zaufanie
Hij wacht al uren ___ de bus.
czekać na
empezar lección
op
nigdy „voor”
Ze is trots ___ haar werk.
być dumnym
empezar lección
op
emocje/ocena
Ik heb geen zin ___ regen.
nie mieć ochoty
empezar lección
in
częste w mowie
Dat hangt helemaal ___ jou af.
zależeć od
empezar lección
van
zawsze „af van”
Hij is verantwoordelijk ___ het project.
odpowiedzialny za
empezar lección
voor
formalnie/codziennie
Ze gelooft niet ___ toeval.
wierzyć w
empezar lección
in
przekonania
Ik heb last ___ mijn rug.
dokucza mi
empezar lección
van
fizycznie/psychicznie
Hij is boos ___ mij.
zły na
empezar lección
op
emocje
Ze is bang ___ honden.
bać się
empezar lección
voor
zawsze „voor”
Ik twijfel ___ zijn verhaal.
wątpić w
empezar lección
aan
opinia/ocena
We zijn tevreden ___ het resultaat.
zadowoleni z
empezar lección
met
ocena końcowa
Hij klaagde ___ het lawaai.
narzekać na
empezar lección
over
temat skargi
Ze zorgt ___ haar ouders.
opiekować się
empezar lección
voor
odpowiedzialność
Ik ben benieuwd ___ je reactie.
ciekawy
empezar lección
naar
zawsze „naar”
Hij schrok ___ het geluid.
przestraszyć się
empezar lección
van
reakcja nagła
Dat lijkt ___ een goed idee.
wydawać się
empezar lección
op
porównanie
Ze is verslaafd ___ koffie.
uzależniona od
empezar lección
aan
stan
Ik vertrouw ___ jou.
ufać
empezar lección
op
relacje
Hij beschikt ___ veel ervaring.
dysponować
empezar lección
over
formalno-praca
Dat heeft niets ___ mij te maken.
nie dotyczy mnie
empezar lección
met
idiom codzienny
Ik ben gewend ___ vroeg opstaan.
przyzwyczajony do
empezar lección
aan
proces
Hij interesseert zich ___ politiek.
interesować się
empezar lección
voor
zainteresowania
Ze ergert zich ___ zijn gedrag.
irytować się
empezar lección
aan
emocje
Ik droom ___ een huis aan zee.
marzyć o
empezar lección
van
obrazy/cele
Hij twijfelt niet ___ zijn beslissing.
nie wątpić
empezar lección
aan
pewność
We concentreren ons ___ het probleem.
skupić się
empezar lección
op
praca/myślenie
Ze waarschuwde ons ___ gevaar.
ostrzegać przed
empezar lección
voor
bezpieczeństwo
Ik ben afhankelijk ___ mijn auto.
zależny od
empezar lección
van
codzienne
Hij verbaasde zich ___ de uitslag.
zdziwić się
empezar lección
over
reakcja
De waarheid kwam eindelijk ___.
wyszła na jaw
empezar lección
tevoorschijn
zawsze z „komen”, ujawnienie
Zij zet zich actief ___ het milieu.
angażować się na rzecz
empezar lección
zetten in voor
Hij heeft zich jarenlang ingezet ___ dit project.
poświęcać się
empezar lección
ingezet voor
Veel vrijwilligers zetten zich in ___ kwetsbare mensen.
działać dla
empezar lección
zetten in voor
We moeten samen de ___.
wziąć się do roboty
empezar lección
schouders eronder zetten
idiom: wspólny wysiłek
Hij besloot eindelijk de ___.
zabrać się za coś
empezar lección
schouders eronder te zetten
„te zetten” w bezokoliczniku
Als iedereen de ___, lukt het wel.
wspólny wysiłek
empezar lección
schouders eronder zet
zawsze liczba mnoga „schouders”
Voor hulp kun je bij de gemeente ___.
zwrócić się do
empezar lección
terechtkunnen bij
terechtkunnen bij = instytucja/osoba
Je kunt met vragen bij ons ___.
zgłosić się do
empezar lección
terecht bij
Klanten kunnen met klachten ___ dit nummer terecht.
zgłaszać pod
empezar lección
terecht op
Je kunt hem aan zijn stem ___.
rozpoznać po
empezar lección
aan herkennen
Het merk is makkelijk te herkennen ___ het logo.
łatwo rozpoznawalny po
empezar lección
te herkennen aan
częsty schemat przymiotnikowy
Ze herkende hem meteen ___ zijn lach.
po śmiechu
empezar lección
aan
Het is tijd om woorden om te ___ in daden.
przekuć w czyny
empezar lección
om te zetten in
Ze ___ haar plannen om in actie.
wcielić w życie
empezar lección
om in
Beloftes moeten worden omgezet ___ concrete stappen.
zostać przekształcone w
empezar lección
omgezet in
Hij heeft de wet ___.
złamał prawo
empezar lección
overtreden
typowe: wet/regels/verbod/voorschriften
De chauffeur ___ de verkeersregels.
narusza przepisy
empezar lección
overtreedt
Het verbod werd massaal ___.
został złamany
empezar lección
overtreden
De sleutels zijn plotseling ___.
klucze nagle zniknęły
empezar lección
verdwenen
nagle / bez śladu
Hij ___ zonder iets te zeggen.
zniknął bez słowa
empezar lección
verdween
osoba nagle znika
De pijn zal langzaam ___.
ból powoli zniknie
empezar lección
verdwijnen
De politie kwam de verdachte ___.
policja natrafiła na podejrzanego
empezar lección
op het spoor
znaleźć trop
We moeten het probleem snel ___.
musimy zlokalizować problem
empezar lección
op het spoor
znaleźć źródło

Debes iniciar sesión para poder comentar.