Spaans woordjes hoofdstuk 3

 0    75 tarjetas    nigelvdeerden
descargar mp3 imprimir jugar test de práctica
 
término
definición

het dorp

het weer; tijd

Hace buen/mal tiempo
empezar lección
Het is goed / slecht weer

het is zonnig

detrás (de)
empezar lección
achter (aan)

¡Qué calor/frio hace!
empezar lección
Wat is het warm/koud

de hitte, de warmte

de kou

regenen

de wolk

la tormenta
empezar lección
de storm, het onweer

ontbreken; hier duren

de toren

de kerk

door ... gaan/ langs ... gaan

gebeuren

¿Qué le pasa?
empezar lección
Wat is er met hem/haar


de pauze

zich slecht voelen

pijn doen

estar enfermo
empezar lección
ziek zijn

tener calor/frio
empezar lección
het warm/koud hebben

de pijn

el dolor de cabeza
empezar lección
de hoofdpijn

verschrikkelijk, heel erg

het been

verdergaan, doorgaan

ir a buscar
empezar lección
ophalen, opzoeken

de lucht

el horizonte
empezar lección
de horizon

de boom

het bos


onder, beneden

het geluk

tener suerte
empezar lección
geluk hebben

terwijl

de groep

el/la socorrista
empezar lección
het / de hulpverlener, EHBO'er

el grupo de socorristas
empezar lección
het eerste hulpteam

los primeros auxilios
empezar lección
de eerste hulp, EHBO

wanneer, als

no ... nadie
empezar lección
niemand

de sleutel

de koelkast

het verband

impresionante
empezar lección
indrukwekkend

de kruk, de steun

(glim) lachen

no ... nada
empezar lección
niets

verstuiken, verzwikken

el/la ... derecho
empezar lección
de/het rechter + zelfst. naamw

(iemand) waarschuwen, iets laten weten

achterlaten

todavía no
empezar lección
nog niet

het bericht

No sé qué hacer
empezar lección
Ik weet niet wat ik moet doen

No pasa nada
empezar lección
het geeft niet. Niets aan de hand

pasar la noche
empezar lección
de nacht doorbrengen

de plek

slapen

opzetten, opbouwen

la tienda de campaña
empezar lección
de tent

de tuin

no ... nunca
empezar lección
(nog) nooit


klinken, gaan (van telefoon)

bang worden/zijn

esta mañana
empezar lección
vanmorgen, deze ochtend

el accidente
empezar lección
het ongeluk

¡Vaya + ...
empezar lección
wat een + zelfst naamwoord

echar una bronca a alg
empezar lección
iemand op zijn kop geven

de heibel, de herrie

onvoorzichtig


Debes iniciar sesión para poder comentar.