sl 18

 0    50 tarjetas    ganajerski
descargar mp3 imprimir jugar test de práctica
 
término definición
Ik maak het ontbijt in de keuken.
empezar lección
Robię śniadanie w kuchni.
De kinderen zitten aan de tafel.
empezar lección
Dzieci siedzą przy stole.
Ik drink een glas water.
empezar lección
Piję szklankę wody.
De hond slaapt onder het bed.
empezar lección
Pies śpi pod łóżkiem.
De kat kijkt uit het raam.
empezar lección
Kot patrzy przez okno.
Ik zet de lamp aan.
empezar lección
Włączam lampę.
De deur is nog open.
empezar lección
Drzwi są jeszcze otwarte.
Ik neem mijn tas mee.
empezar lección
Biorę swoją torbę.
De bus is te laat vandaag.
empezar lección
Autobus jest dziś spóźniony.
Ik loop naar de halte.
empezar lección
Idę na przystanek.
De trein vertrekt om tien uur.
empezar lección
Pociąg odjeżdża o dziesiątej.
Ik koop een kaartje bij de automaat.
empezar lección
Kupuję bilet w automacie.
De straat is heel smal.
empezar lección
Ulica jest bardzo wąska.
Ik zie een grote brug.
empezar lección
Widzę duży most.
Het park ligt naast de rivier.
empezar lección
Park leży obok rzeki.
Ik maak een foto van de bloemen.
empezar lección
Robię zdjęcie kwiatów.
De lucht is vandaag grijs.
empezar lección
Niebo jest dziś szare.
De zon komt langzaam op.
empezar lección
Słońce powoli wschodzi.
De regen stopt na een paar minuten.
empezar lección
Deszcz przestaje po kilku minutach.
Ik draag een jas omdat het koud is.
empezar lección
Noszę kurtkę, bo jest zimno.
Ik koop fruit op de markt.
empezar lección
Kupuję owoce na targu.
De appel is rood en zoet.
empezar lección
Jabłko jest czerwone i słodkie.
De banaan ligt op de tafel.
empezar lección
Banan leży na stole.
Ik snijd de tomaat met een mes.
empezar lección
Kroję pomidora nożem.
De soep staat op het fornuis.
empezar lección
Zupa stoi na kuchence.
Ik zet de pan op het vuur.
empezar lección
Stawiam garnek na ogniu.
De koelkast is helemaal vol.
empezar lección
Lodówka jest całkowicie pełna.
Ik maak de keuken schoon.
empezar lección
Sprzątam kuchnię.
De wasmachine staat in de badkamer.
empezar lección
Pralka stoi w łazience.
Ik hang de handdoek aan de haak.
empezar lección
Wieszam ręcznik na haczyku.
De spiegel is een beetje vies.
empezar lección
Lustro jest trochę brudne.
Ik borstel mijn haar met een kam.
empezar lección
Czeszę włosy grzebieniem.
De dokter zegt dat ik veel water moet drinken.
empezar lección
Lekarz mówi, że muszę pić dużo wody.
Ik voel me vandaag beter.
empezar lección
Czuję się dziś lepiej.
De apotheek is open tot zes uur.
empezar lección
Apteka jest otwarta do szóstej.
Ik koop medicijnen voor mijn keel.
empezar lección
Kupuję lekarstwa na gardło.
De collega komt later naar het werk.
empezar lección
Kolega przyjdzie później do pracy.
Ik maak een lijst met boodschappen.
empezar lección
Robię listę zakupów.
De winkel heeft veel aanbiedingen.
empezar lección
Sklep ma dużo promocji.
Ik betaal de rekening bij de kassa.
empezar lección
Płacę rachunek przy kasie.
De klant wacht op hulp.
empezar lección
Klient czeka na pomoc.
Ik open de doos met nieuwe schoenen.
empezar lección
Otwieram pudełko z nowymi butami.
De kleding is in de kast.
empezar lección
Ubrania są w szafie.
Ik draag vandaag een blauwe trui.
empezar lección
Dziś noszę niebieski sweter.
De broek is te lang voor mij.
empezar lección
Spodnie są dla mnie za długie.
Ik zet mijn bril op.
empezar lección
Zakładam okulary.
De telefoon ligt op het bureau.
empezar lección
Telefon leży na biurku.
Ik schrijf een bericht naar mijn vriendin.
empezar lección
Piszę wiadomość do mojej przyjaciółki.
De laptop staat op de tafel.
empezar lección
Laptop stoi na stole.
Ik sluit het raam omdat het waait.
empezar lección
Zamykam okno, bo wieje.

Debes iniciar sesión para poder comentar.