Frans hoofdstuk 3

 0    129 tarjetas    nigelvdeerden
descargar mp3 imprimir jugar test de práctica
 
término
definición

l'anniversaire
empezar lección
de verjaardag

de broer

de zus

de vader

de moeder

de jongen

het meisje

de vriendin

de leeftijd

uitnodigen


hoeveel

il s'appelle
empezar lección
hij heet

zij wil

Tu as un frère
empezar lección
heb jij een broer

Oui, j'ai un frère
empezar lección
Ja, ik heb een broer

il s'appelle comment
empezar lección
Hoe heet hij

il s'appelle Valentin
empezar lección
hij heet Valentin

il a quel âge
empezar lección
Hoe oud is hij

il a onze ans
empezar lección
Hij is elf jaar

Qu'est-ce que c'est
empezar lección
wat is dat

nouveau/nouvelle
empezar lección
nieuw

wanneer

alleen maar

de familie

le grand-père
empezar lección
de grootvader

la grand mère
empezar lección
de grootmoeder

de oom

de tante

de neef

de nicht

het kind

les parents
empezar lección
de ouders

net als ik

klein (e)

het dorp

het huis

de straat

de (slaap) kamer

Januari

Februari






Augustus

September

Oktober

November

December

C'est quand ton anniversaire
empezar lección
Wanneer is je verjaardag

C'est le cinq février
empezar lección
dat is op 5 februari

Tu vas avoir quel âge
empezar lección
Hoe oud word jij

Je vais avoir treize ans
empezar lección
Ik word dertien jaar


l'appartement
empezar lección
het appartement

les meubels
empezar lección
de meubels

vieren

het cadeau

de televisie

het jaar

daarna

voor (tijd)

tout le monde
empezar lección
iedereen

opruimen

bon anniversaire
empezar lección
gefeliciteerd met je verjaardag

het is uit, het is over

echt

de kleur

oranje




blanc/blanche
empezar lección
wit / wit





de stoel

het bed

de muur

de kast

het bureau

poster

kosten

Tu habites à la campagne
empezar lección
woon je op het platteland

Non j'habite en ville
empezar lección
Nee, ik woon in de stad

Quelle est ta couleur préférée
empezar lección
Wat is je favoriete kleur

C'est le rouge
empezar lección
Het is rood

la campagne
empezar lección
het platteland

de stad

de hond

de auto

de tuin

de hal, ingang

la salle de bains
empezar lección
de badkamer

de keuken

les toilettes
empezar lección
het toilet

de woonkamer

l'ordinateur
empezar lección
de computer

de tafel

au premier étage
empezar lección
op de eerste verdieping

de zolder





à côté de
empezar lección
naast

achter

Où est ta chambre
empezar lección
Waar is je slaapkamer

Ma chambre est au grenier
empezar lección
Mijn kamer is op zolder

Il y a un ordinateur dans ta chambre
empezar lección
is er een computer in je kamer

Oui il y a un ordinateur dans ma chambre
empezar lección
Ja, er is een computer in mijn kamer

Qu'est-ce que tu fais dans ta chambre
empezar lección
Wat doe jij in je slaapkamer

je fais mes devoirs
empezar lección
Ik maak huiswerk


je hebt

hij / zij heeft

wij hebben

wij hebben

jullie hebben/u heeft

ils/elles ont
empezar lección
zij hebben

Mijn

je

zijn/haar

onze

jullie/uw

hun


Debes iniciar sesión para poder comentar.