czasowniki nieregularne

 0    36 tarjetas    zuzik3
descargar mp3 imprimir jugar test de práctica
 
término
definición

bakken - bakte - gebakken

zacząć (się)
empezar lección
beginnen – begon – begonnen (z)

denken – dacht – gedacht

doen – deed – gedaan

drinken – dronk – gedronken

eten – at – gegeten

gaan – ging – gegaan (z)

geven – gaf – gegeven

hebben – had – gehad

kochać/trzymać
empezar lección
houden – hield – gehouden

komen – kwam – gekomen (z)

kopen – kocht – gekocht

koken – kookte - gekookt

lezen – las - gelezen

liggen – lag – gelegen

leggen – legde – gelegd

lopen – liep – gelopen (h/z)

moeten – moest – gemoeten

nemen – nam – genomen

rijden – reed – gereden (h/z)

schrijven – schreef – geschreven

slapen – sliep – geslapen

staan – stond – gestaan

vergeten – vergat – vergeten (h/z)

vinden – vond – gevonden

vragen – vroeg – gevraagd

weten – wist – geweten

worden – werd – geworden (z)

powiedzieć
empezar lección
zeggen – zei/zeiden – gezegd

zien – zag – gezien

zijn – was/waren – geweest (z)

zoeken – zocht – gezocht

zingen – zong – gezongen

blijven – bleef – gebleven

kiezen – koos – gekozen

patrzeć/oglądać
empezar lección
kijken – keek – gekeken


Debes iniciar sesión para poder comentar.