el diccionario polaco - holandés

język polski - Nederlands, Vlaams

walka holandés:

1. gevecht gevecht


Ze hebben het gevecht verloren.
Een menigte verzamelde zich om naar het gevecht te kijken.

2. het gevecht het gevecht



Holandés palabrawalka"(het gevecht) ocurre en conjuntos:

lista rzeczowników z 'het' A-L

3. worstelen worstelen



4. bestrijden bestrijden


Ik heb wat medicijnen nodig om de pijn te bestrijden.