el diccionario polaco - holandés

język polski - Nederlands, Vlaams

natychmiast holandés:

1. meteen


Ik val maar meteen met de deur in huis. Je bent ontslagen.
Ze stuurden er meteen een arts heen.
Het is zo broeierig, ik denk dat het zo meteen gaat onweren.
De posters zijn meteen van de muur afgehaald.
Zij wilde liefst meteen trouwen.
Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.
Als ge beslist hebt, handel dan meteen.
Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.
Tot zo meteen!
meteen een dokter bellen

2. dadelijk


Laat me a.u.b. niet wachten, kom dadelijk, wil je?
Als ze wist dat ik hier was, zou ze dadelijk komen.
Als je niet uitkijkt, lig je dadelijk nog in het water.
Ja, ik kom dadelijk.
Ze hebben de plakkaten dadelijk van de muur gehaald.
De burgers maken dadelijk alles klaar om de stad te verdedigen.
We beginnen dadelijk met het werk.
Het concert begint zo dadelijk.
De bus vertrekt dadelijk.
Ge zoudt beter dadelijk beginnen.
Kom dadelijk naar hier.