el diccionario francés - holandés

Français - Nederlands, Vlaams

pourtant holandés:

1. toch


U zou toch moeten weten dat je een dame niet naar haar leeftijd vraagt.
Nu we het toch over vreemde talen hebben, spreken jullie Frans?
Ik liep zo hard als ik kon, maar toch miste ik de bus.
Kom toch!
Is de hoofdstad van de Verenigde Staten van Amerika Washington of toch New York?
Toch wel.
Waar slaat dat nou weer op? Ik toch niks verkeerd gedaan? Waarom loop je me dan uit te schelden?
Toch verloochent de zangeres haar afkomst niet.
Dat u zo'n end niet meer kan lopen is toch niks om u voor te schamen?! Je zal ze de kost moeten geven die op uw leeftijd überhaupt niet meer kunnen lopen.
En trouwens, haastte Dima zich toe te voegen, terwijl hij zijn rekenmachientje tevoorschijn haalde en 0,99 deelde door 3.000.000, alvorens het te vermenigvuldigen met 100, "u realiseert zich toch wel dat u maar 0,0033% zou verliezen, hè?"
Wist ik veel dat je geen tomaat lust. Dat kan ík toch niet ruiken! Dat had je van tevoren moeten zeggen.
Van zulke motregen word je toch altijd natter dan je denkt, als je er een tijdje in fietst zonder regenpak.
Wiskunde is als liefhebben - een eenvoudig idee, dat toch ingewikkeld kan worden.
Doe wat ge wilt, gekletst wordt er toch.
Hoe hard je ook "Oe-oe!" roept, in een wolf verander je toch niet.

Holandés palabrapourtant"(toch) ocurre en conjuntos:

FRANS HCE U2,4,5,6,9,11,13 NL-FR
frans so hoofdstuk 1 h3d