el diccionario francés - holandés

Français - Nederlands, Vlaams

appartement holandés:

1. appartement appartement


Dit appartement is groter dan alle andere in dit gebouw.
Wat is er gebeurd? Het hele appartement is nat.
Hoeveel kamers heeft het appartement?
Mijn appartement is op de tweede verdieping.
Het hele gezin woont daar in een klein vuil appartement.
Hij woont in een appartement.
We huurden het appartement.