el diccionario español - holandés

español - Nederlands, Vlaams

radio holandés:

1. radio radio


Zet de radio een beetje harder.
De radio werkt niet.
De radio staat te luid. Kunt ge hem niet wat stiller zetten?
Volgens de radio zal het morgen regenen.
Waarom zijn radio- en televisieprogramma's in Esperanto belangrijk?
Ik heb de radio gerepareerd voor hem.
Er staat een radio op de tafel.
Het is tijd om naar bed te gaan. Zet de radio af.
Ik was niet naar de radio aan het luisteren.
Mag ik jouw radio lenen?
Toen ik de informatie op de radio hoorde werd ik heel erg bang.
Wanneer je naar televisie kijkt of naar de radio luistert, is de muziek die je hoort vaak van Afrikaanse origine.
Kranten, televisie en radio heten massamedia.
Op de radio is er over het ongeval niets gezegd.
Kom luisteren naar de radio!