el diccionario inglés - holandés

English - Nederlands, Vlaams

debt holandés:

1. schuld schuld


Belofte maakt schuld.
Mijn schuld.
Hij neemt de schuld op zich.
Ho, hemel! riep de moeder uit, "wat zie ik? Haar zuster is de schuld van alles; ik zal haar dat betaald zetten!"
Schuld en nood zijn buren.
Rijk is, wie aan niemand schuld heeft.
Een slechte schrijnwerker geeft de schuld aan zijn gereedschap.
Sorry. Het is allemaal mijn schuld.
Het maakt niet uit of ze haar schuld bekent of niet.
Zelfs rekening houdend met uw uitleg, denk ik nog dat de schuld bij u ligt.
Het was zijn schuld niet, want hij deed zijn best.
Hij gaf mij de schuld van het ongeluk.
Spijt en droefheid dekken geen schuld.
Hij zit tot over zijn oren in de schuld.
Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.

Holandés palabradebt"(schuld) ocurre en conjuntos:

2000 Most Used Dutch Words (1/2)